Fragment
1.2 De wet van de zonde en de dood
Het ontstaan van wet van de zonde en de dood, staat beschreven in het boek Genesis.
Een korte blik in het boek Genesis:
± 4000 jaar voor Jezus geboorte, werd de mens door Gods Woord geschapen.
In Genesis, het eerste boek van de bijbel(lees Genesis), schept God de mens, de hemel, de aarde, de dieren en de lichten. De mens mocht, naar het beeld van God zijn en hij mocht heersen over de aarde. Er staat in Genesis:
*Gen 1:26 “God zeide: Laat Ons mensen maken, naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis; en dat zij heerschappij hebben over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over het vee, en over de gehele aarde, en over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt.* En er staat:
*Gen 1:27-28 “En God schiep de mens naar zijn beeld; naar Gods beeld schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen. 28 En God zegende hen en God zeide tot hen: Weest vruchtbaar en wordt talrijk; vervult de aarde en onderwerpt haar, heerst over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over al het gedierte, dat op de aarde kruipt.”*
Dit laatste, het onderwerpen en heersen, was niet alleen een belofte, het was ook een gebod. God zei tot Adam en Eva:
“jullie zijn mijn beeld en mijn kinderen. Jullie behoren tot heerschappijen en machten in mijn koninkrijk.” God zei tot hen:
“Heerst over de gehele aarde en al de gedierte en onderwerp het aan u”. Ook vroeg God aan Adam en Eva, om het volgende gebod te bewaren:
*Gen 2:16-17 “En de HERE God legde de mens het gebod op: Van alle bomen in de hof moogt gij vrij eten,17 maar van de boom der kennis van goed en kwaad, daarvan zult gij niet eten, want ten dage, dat gij daarvan eet, zult gij voorzeker sterven.”* God had aan Adam duidelijk geboden om te heersen over de Aarde en over alle dieren en om niet aan (Gods)vruchten te komen die God niet voor hem bestemd had. Adam hoorde zijn Vaders wil niet en ging niet in de autoriteit en in de beloften van zijn Vader staan, die zijn Vader hem toegezegd had. Adam heerste niet over al de gedierten en onderwierp hen niet allen. Noch gebruikte hij zijn autoriteit om weerstand te bieden aan alle verleidingen, noch nam hij autoriteit om over de verleiders te heersen, noch hield hij het gebod dat God hem oplegde. Zo riep Adam een vloek tot aanzijn. Er staat:
*Genesis 3: 17 “En tot de mens(Adam) zeide Hij(God): Omdat gij naar uw vrouw hebt geluisterd en van de boom gegeten, waarvan Ik u geboden had: Gij zult daarvan niet eten, is de aardbodem om uwentwil vervloekt”* God zegt hier: “Niet om mijnentwil, Adam, roep Ik, de Here, uw God, vervloeking over de aardbodem tot aanzijn. Ik heb, vanaf de eerste scheppingsdag al, enkel en alleen jullie geluk voor ogen. Jij, Adam, riep, in Mij, de vervloeking tot aanzijn. We zien hier geen dominant God, maar een nederig God, die hoort naar de mens. Wij mogen dit in Jezus Christus leren beseffen. De bijbel gaat hierover. God straft Adam niet, hij verteld Adam alleen wat oorzaak en gevolg is.
Heersen, dat is, in autoriteit van het Woord gaan staan, in Gods Woord.
Eva was op dezelfde dag dat God vervloeking tot aanzijn riep, verleid door een dier, een slang (Satan), om van de boom te nemen. Dit was de boom van kennis van goed en kwaad waarvan God geboden had, blijf daar af.
*Gen 3:1 “De slang nu was het listigste van alle dieren des velds, …en zij zeide tot de vrouw: God heeft zeker wel gezegd: Gij zult niet eten van enige boom in de hof?”* Adam stond toe te kijken hoe Eva verleid werd. Adam heerste niet over de slang, hij nam geen autoriteit, en ook hij liet zich verleiden.
*Gen 3:6b “en zij(Eva)nam van zijn vrucht en at, en zij gaf ook haar man, die bij haar was, en hij at.”* De wet van de zonde en de dood was vanaf nu een feit. Adam is verleid, samen met Eva.
×