Fragment
Die avond lag de prins in bed. Zou zijn kasteel wel stevig genoeg zijn? vroeg hij zich angstig af. Hij staarde naar het plafond, toen een enorme windstoot het dak met luid gekraak van het kasteel rukte.
Als een waterval goot de regen naar binnen en het kasteel stroomde helemaal vol.
Prins Noan was niet meer veilig en zwom zo snel mogelijk naar buiten.
Daar ging de oceaan ontzettend tekeer. Prins Noan wilde wegrennen, maar een harde windvlaag smeet hem ver het water in.
Uit alle macht probeerde prins Noan terug te komen. Hij spartelde en schopte en sloeg om zich heen, maar hij kon het niet winnen van de golven. Ondanks het gevecht tegen de stroom in, ging hij kopje onder. Vermoeid liet hij zich een stukje meeslepen.
Toen hij weer een klein beetje energie had, schreeuwde hij zo hard als hij kon: “Hèèèlp!!”
Naast hem verscheen een schildpad van duizend-en-één jaar oud.
“Laat je meevoeren,” zei hij.
×